De vragenlijst is de verkorte versie van de TCI, 1999 (24.30) en bestaat uit 105 items die de zeven hoofdschalen van de TCI omvatten. Elke schaal heeft 15 vragen. Er zijn vier Temperamentschalen: Prikkelzoekend, Leedvermijdend, Sociaalgericht,...
Verkorting van de niet-verbale test SON-R 5½-17. Er zijn vier subtests: Categorieën en Analogieën die abstract redeneren meten, Mozaïeken die de ruimtelijke factor meet en Situaties die het concreet redeneren meet.Bij elke subtest wordt met een...
Vragenlijst die een profiel oplevert waarmee een passende functie, beroep of opleiding gezocht kan worden. De PPT is de voor selectie bewerkte versie van het Beroepskeuze Zelf Onderzoek, 1995.Er zijn vier subtests, deze hebben betrekking op...
Vragenlijst met 160 items die tien gedragsstijlen omvatten: PA Leidend, beïnvloedend; BC Competitief, onafhankelijk; DE Aanvallend, agressief; FG Kritisch, wantrouwend; nFnG Gereserveerd, zwijgzaam; HI Teruggetrokken, verlegen; JK Afhankelijk,...
De test is ontwikkeld vanuit het tweede deel van het Standaard Reactie Instrument, SRI, in het kader van het Reactie Patronen Onderzoek (Rink 1999).De ASL bestaat uit 28 situatiebeschrijvingen. Deze situatiebeschrijvingen bevatten steeds één van...
Klinische test met 14 subtests, zeven Verbaal en zeven Performaal.Met de subtests kunnen drie IQ-scores en vier Index-scores berekend worden:2. WoordenschatTotaal IQVerbaal IQIndex 1. Verbaal begrip4. OvereenkomstenTotaal IQVerbaal IQIndex 1....
Beoordelingsschaal voor de beoordeling van een bepaalde werkomgeving, zoals beroep, functie, vacature, vakcursus, beroepsopleiding of studierichting.De FPT kan worden ingevuld door personen die zelf het beroep uitoefenen en studenten, door chefs...
De vragenlijst bevat 42 items die vier subschalen omvatten: Aandachtstekort (9 items), Hyperactiviteit/impulsiviteit (9 items), Oppositional Defiant Disorder ODD (8 items) en Conduct Disorder CD (16 items). De ouders en/of leerkracht (die het...
Vragenlijst met 35 items waarbij men bij elk item op een vijfpuntsschaal moet aangeven hoe gespannen of zenuwachtig men zich voelt (Spanningsschaal) en daarna separaat hoe vaak men het beschreven gedrag uitvoert (Frequentieschaal).De vijf...
Begeleidingsinstrument met 20 vragen die op vijfpuntsschalen (van ‘nooit' tot ‘altijd') beantwoord moeten worden.De lijst kan worden afgenomen en geïnterpreteerd door studie-adviseurs en studentenpsy-chologen, maar ook door de student zelf.