De test bestaat uit vier subtests voor objectperceptie (1. Onvolledige letters, 2. Silhouetten, 3. Objectherkenning, 4. Progressieve silhouetten) voorafgegaan door een vormdiscriminatie-screeningtest en vier subtests voor ruimteperceptie (5....
Vragenlijst met 36 items verdeeld over zes subschalen:1. Schoolvaardigheden, 2. Sociale Acceptatie, 3. Sportieve Vaardigheden, 4. Fysieke Verschijning, 5. Gedragshouding en 6. Gevoel van Eigenwaarde. Het kind moet bij elk item uit twee...
Vragenlijst met 50 items die vijf subschalen omvatten:Piekeren (PI, 12 items), Rigiditeit (RI, 14 items), Behoefte aan waardering (BW, 7 items), Externe Controle (EC, 7 items), Probleemvermijding (PV, 10 items).Op vijfpuntsschalen moet worden...
Vragenlijst met 14 items die elk een behoeftedimensie representeren zoals advies, confessie, steun e.d. De patiënt beoordeelt elk item op een vijfpuntsschaal van ‘dit is precies wat ik wil' tot ‘dit wil ik helemaal niet'. De PBV is een vertaling...
Een vragenlijst met 31 items die op zespuntsschalen beantwoord moeten worden, van ‘zeer mee eens' tot ‘zeer mee oneens'.Vijf subschalen: Behoefte aan structuur (8 items), Behoefte aan voorspelbaarheid (6 items), Besluitvaardigheid (7 items),...
Vragenlijst met 37 items: 34 met a priori stressvol geachte gebeurtenissen en 3 met a priori positieve gebeurtenissen. De primaire opvoeder (ouder/verzorger) vult zelfstandig de VMG in en geeft aan of en wanneer de gebeurtenis is voor gekomen en...
Observatieschaal in te vullen door getrainde verpleegkundigen die de patiënt goed kennen.De schaal heeft 34 items. Er zijn negen subschalen met twee tot zes items:Mobiliteit, Sociale activiteit, Agressief en achterdochtig, Cognitie, ADL,...
Computergestuurde batterij die door psycholoog wordt afgenomen. De patiënt krijgt op een kleurenmonitor de instructies en opdrachten, de psycholoog zit naast hem en krijgt de volledige afname-instructies op zijn monitor. De batterij bestaat uit...
Observatieschaal in de vorm van de Q-sort techniek. Levert een systematische beschrijving van gedrag en beleven van het kind op.Bestaat uit 100 kaartjes met uitspraken en negen enveloppen. De leraar (of andere informant) beoordeelt hoe goed elke...
Observatieschaal waarmee het dagelijks doen en laten van de leerlingen en de manier waarop ze met elkaar en met de leerkracht omgaan, wordt beschreven (normaal gedrag).Er zijn twee parallelle vormen (A en B) met elk 52 bipolaire items b.v.:...