Deze niet-verbale test bestaat uit zes subtests met elk ca. 15 in moeilijkheidsgraad oplopende items. Er zijn drie redeneersubtests: Categorieën, Analogieën en Situaties en drie performale meer ruimtelijke subtests: Mozaïeken, Puzzels en...
Testserie, bestaande uit 12 subtests:1. Figuur herkennen: onvolledige tekeningen van concrete, alledaagse onderwerpen die benoemd moeten worden (60 items);2. Exclusie: vier plaatjes (abstracte figuren), waarvan er één niet bij hoort (65...
De test bestaat uit zeven subtests:Woordexclusie (WE): het meest afwijkende woord uit een reeks van 6 woorden kiezen. Voorbeelditem: voet - oor - neus - lip - mond - oog (82 items);Woordbetekenis (WB): woord met dezelfde betekenis kiezen uit 5...
De test bestaat uit zeven subtests:Woordexclusie (WE): het meest afwijkende woord uit een reeks van 6 woorden kiezen. Voorbeelditem: voet – oor – neus – lip – mond – oog (82 items);Woordbetekenis (WB): woord met dezelfde betekenis kiezen uit 5...
Testbatterij voor het meten van het algemene intelligentieniveau, bestaande uit 15 subtests en 4 index-schalen. De subtests worden in een standaardvolgorde afgenomen, waarbij eerst de 10 kernsubtests worden afgenomen, eventueel gevolgd door de...
De OPQ meet 32 persoonlijkheidsdimensies die zijn verdeeld over drie gedragsgebieden:1. Relaties met mensen, (Overtuigend, Leidinggevend, Direct, Onafhankelijk handelend, Extravert, Gesteld op contact, Zelfverzekerd, Bescheiden, Democratisch en...
Intelligentietest met vier domeinen:- Cijfermatig redeneervermogen: het vermogen om verbanden te ontdekken binnen abstracte, cijfermatige informatie.- Rekenvaardigheid: het vermogen om concrete rekenkundige bewerkingen uit te voeren met...
Op basis van de GALO geconstrueerde schriftelijke test met zes subtests die twee factoren meten:I. Verbale factor of Taalkundig inzicht, met de subtests Synoniemen, Analogieën en Categorieën;II. Symbolische factor met a. Rekenkundig...
Test bestaande uit 18 subtests:- Begrippen en Aanwijzingen Volgen (BAV): voorwerpen in het opgavenboek aanwijzen na mondelinge instructie.- Woordstructuur (WS): een zin aanvullen met de gevraagde woordvorm.- Zinnen Herhalen (ZH): het nazeggen...
Observatieschaal bestaande uit 60 vragen die betrekking hebben op het gedrag van de persoon, bijvoorbeeld ‘vergeet tijdens dagelijkse routinebezigheden wat hij aan het doen is (eten, verzorging, tafel dekken)'. De eerste 20 items hebben...