Test bestaande uit vijf domeinen en 29 facetten: vier domeinen hebben zes facetten en een domein heeft vijf facetten:Gevoeligheid: nervositeit, boosheid, neerslachtigheid, gene en stressgevoeligheid;Extraversie: vriendelijkheid, contactbehoefte,...
Adaptieve cognitieve vaardighedentest met drie subtests: Figurenreeksen, Matrices en Cijferreeksen. Omdat het een per computer af te nemen adaptieve test (CAT) betreft, krijgt elke kandidaat minimaal 10 en maximaal 15 items uit elke subtest...
Vragenlijst met 186 items, bestaande uit een uitspraak waar de kandidaat een antwoord moet geven op een vijfpuntsschaal van ‘zeer mee oneens’ tot ‘zeer mee eens’. Er wordt gevraagd naar de belangstelling voor 45 sectoren (bijvoorbeeld...
Testbatterij voor het meten van het algemene intelligentieniveau, bestaande uit 15 subtests en 4 index-schalen. De subtests worden in een standaardvolgorde afgenomen, waarbij eerst de 10 kernsubtests worden afgenomen, eventueel gevolgd door de...
Projectieve test met tien platen. Op de tien platen staan inktvlekken afgebeeld, vijf zwart-witte en vijf met kleur. De tien platen worden op volgorde aangeboden aan de cliënt. Deze wordt gevraagd wat de inktvlek voorstelt. Reacties worden...
Test bestaande uit een lijst met 30 eigenschappen, waarbij aangegeven moet worden in welke mate de respondent denkt dat deze eigenschap bij zichzelf aanwezig is. Antwoorden worden gegeven op een zevenpuntsschaal, lopend van ‘klopt helemaal niet'...
Vragenlijst bestaande uit acht schalen, die geplot worden op twee dimensies (‘onder-boven' en ‘samen-niet samen'):- AP (18 items, verkort 14): dominant - pocherig, ‘boven'.- BC (25 items, verkort 18): ruw - agressief, ‘boven-niet-samen'.- DE (24...
Vragenlijst bestaande uit 25 positief geformuleerde stellingen. Aangegeven moet worden in welke mate de persoon het eens of oneens is met de stelling. Er zijn vier antwoordmogelijkheden: ‘helemaal oneens', ‘gedeeltelijk oneens', ‘gedeeltelijk...
Vragenlijst bestaand uit 185 items. De eerste 170 items bestaan uit stellingen waarbij de kandidaat antwoordt door te kiezen uit ‘waar', ‘?' of ‘niet waar'. Voorbeelditem: ‘Ik houd ervan ordelijk te zijn en te weten waar al mijn spullen zijn'....
Test bestaande uit 14 regels met elk 47 items. Op deze regels staan doelstimuli bestaande uit de letter d met twee apostroffen of verticale streepjes en afleidende stimuli. Opdracht voor de geteste is om doelstimuli te identificeren en door te...