Vragenlijst met 68 items die 12 schalen omvatten, verdeeld over vier dimensies:1. Lichamelijk: Mobiliteit, Zelfredzaamheid en Pijn;2. Psychologisch: Somberheid, Opgewektheid en Angst;3. Sociaal welbevinden: Aantal buurtgenoten, Aantal goede...
De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
De vragenlijst (gebaseerd op de theorie van Minuchin) t.b.v. gezinstherapie bevat 73 items met zes antwoordalternatieven. Er wordt gevraagd naar de beleving van de gezinsinteractie. De drie schalen Conflict, Cohesie en Desorganisatie zijn elk op...
De vragenlijst bestaat uit 84 items in vragende vorm die beantwoord moeten worden op een vijfpuntsschaal. De lijst omvat:a) stressoren: 16 concepten zoals rolambiguïteit, overbelasting door hoeveelheid werk, participatie, etc.,b) strains: 7...
De test omvat vier subtests: Passieve Woordenschat, Analogieën en Tegenstellingen, Morfologische regels en Bedenken en benoemen.
Batterij bestaande uit tien taaltests die betrekking hebben op fonologische, morfologische, syntactische en semantische aspecten van de grammatica. Voor elk van deze gebieden is een receptieve (luister)test en een productietest ontwikkeld. De...
De ISI-Reeks bestaat uit a) een schoolvorderingentest met vijf subtests: Zuiver schrijven I, Rekenen I, Stillezen A en B, Rekenen II en Zuiver schrijven II; b) een intelligentietest met zes subtests: Synoniemen, Geknipte figuren,...
De observatieschaal bestaat uit 120 zevenpuntsschalen waarop de beoordelaar steeds een gedragsaspect van de jeugdige moet scoren. De schalen vormen samen 10 min of meer geïntercorreleerde gedragspatronen (gebaseerd op voorlopige patronen van...
De test bestaat uit een blad met 50 regels, elk bestaand uit 25 groepen van 3, 4 en 5 stippen. Opdracht: zo vlug en nauwkeurig mogelijk alle groepen van vier stippen doorstrepen, systematisch elke regel afwerkend.LET OP! Van deze test zijn...
De vragenlijst bestaat uit 89 vragen met meervoudige antwoordvorm. De jongere kiest het antwoord dat op hem/haar het meest van toepassing is. Er zijn vier subschalen: P (34 items), F- (14 items), F+ (18 items) en SW (23 items).