Vragenlijst met 240 items/uitspraken, waarmee wordt beoogd vijf domeinen van persoonlijkheid te meten, namelijk ‘Neuroticisme’, ‘Extraversie’, ‘Openheid’, ‘Altruïsme’ en ‘Consciëntieusheid’. Ieder domein bevat 48 items. De vragenlijst hanteert...
Test bestaande uit vijf domeinen en 29 facetten: vier domeinen hebben zes facetten en een domein heeft vijf facetten:Gevoeligheid: nervositeit, boosheid, neerslachtigheid, gene en stressgevoeligheid;Extraversie: vriendelijkheid, contactbehoefte,...
Adaptieve cognitieve vaardighedentest met drie subtests: Figurenreeksen, Matrices en Cijferreeksen. Omdat het een per computer af te nemen adaptieve test (CAT) betreft, krijgt elke kandidaat minimaal 10 en maximaal 15 items uit elke subtest...
Projectieve test met tien platen. Op de tien platen staan inktvlekken afgebeeld, vijf zwart-witte en vijf met kleur. De tien platen worden op volgorde aangeboden aan de cliënt. Deze wordt gevraagd wat de inktvlek voorstelt. Reacties worden...
Test met speedkarakter, bestaand uit acht schriftelijke en vier individuele tests (waarbij twee apparaten benodigd zijn) waarmee negen geschiktheidsfactoren gemeten kunnen worden. De acht schriftelijke tests meten de volgende zeven factoren: G...
Test bestaande uit een lijst met 30 eigenschappen, waarbij aangegeven moet worden in welke mate de respondent denkt dat deze eigenschap bij zichzelf aanwezig is. Antwoorden worden gegeven op een zevenpuntsschaal, lopend van ‘klopt helemaal niet'...
Vragenlijst bestaande uit acht schalen, die geplot worden op twee dimensies (‘onder-boven' en ‘samen-niet samen'):- AP (18 items, verkort 14): dominant - pocherig, ‘boven'.- BC (25 items, verkort 18): ruw - agressief, ‘boven-niet-samen'.- DE (24...
Vragenlijst bestaande uit 25 positief geformuleerde stellingen. Aangegeven moet worden in welke mate de persoon het eens of oneens is met de stelling. Er zijn vier antwoordmogelijkheden: ‘helemaal oneens', ‘gedeeltelijk oneens', ‘gedeeltelijk...
Vragenlijst bestaand uit 185 items. De eerste 170 items bestaan uit stellingen waarbij de kandidaat antwoordt door te kiezen uit ‘waar', ‘?' of ‘niet waar'. Voorbeelditem: ‘Ik houd ervan ordelijk te zijn en te weten waar al mijn spullen zijn'....
Test bestaande uit 14 regels met elk 47 items. Op deze regels staan doelstimuli bestaande uit de letter d met twee apostroffen of verticale streepjes en afleidende stimuli. Opdracht voor de geteste is om doelstimuli te identificeren en door te...