De test bestaat uit een mentale schaal (MS) met 163 dichotome items in oplopende moeilijkheidsgraad, een motorische schaal (MR) met 81 dichotome items, een gedragsobservatielijst (GO) met 25 items met een negenpuntsschaal en een vragenlijst naar...
Test met 18 subtests die zes schalen representeren: Verbaal, Perceptueel-performaal, Kwantitatief, Algemeen Cognitief, Geheugen en Motoriek. De eerste drie schalen vormen samen de score op Algemeen Cognitief. Met uitzondering van drie motorische...
De vragenlijst is een bewerking voor jeugdigen van de Zelfbeoordelingslijst Feij, 1979, en bestaat uit vijf subschalen: Extraversie (10 items), Emotionaliteit (14 items), Impulsiviteit (9 items), Spanningsbehoefte TAS (11 items) en...
Schaal met zeven items die betrekking hebben op activiteiten en activiteitsgevoel. Meerkeuze antwoordmogelijkheden.
Schaal met 24 items die vragen naar leefgewoonten. Uit de drie tot vijf antwoordmogelijkheden moet er één aangekruist worden die het meest van toepassing is.
Batterij van bestaande en nieuw ontworpen instrumenten: Semantische Differentiaal (30 schalen van 6 gradaties); ABV; Thrill-lijst (voorkeur voor ‘thrill'-verwekkende activiteiten); Beroepenlijst (discrepanties tussen verwachtingsscore en...
Schaal met vier items, via factoranalyse verkregen uit de Subjective Symptom Test of Fatigue (Kogi e.a., 1970), waarop patiënten op een vierpuntsschaal aangeven in welke mate men de voorafgaande dag last had van een symptoom.
De test bestaat uit tien subtests: Woordenlijst, Legkaart, Vaaropdracht, Sorteren, Figuur ontdekken, Cijferen, Draaikaart, Woordmatrijs, Woordopnoemen I en II. Voor de verkorte vorm zie het fiche van de Handleiding 1983.
De test heeft verschillende vormen voor kleuters, schoolkinderen en volwassenen. De testopgaven bestaan uit één normfiguur en vier tot acht varianten hiervan, waarvan er één identiek is aan de normfiguur. Men moet de identieke figuur kiezen.
De vragenlijst bestaat uit 84 items in vragende vorm die beantwoord moeten worden op een vijfpuntsschaal. De lijst omvat:a) stressoren: 16 concepten zoals rolambiguïteit, overbelasting door hoeveelheid werk, participatie, etc.,b) strains: 7...